Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemap integrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 

Thema - Recht op privacy

 

 

 

 

Het recht op privacy van minderjarige cliŽnten in de integrale jeugdhulp wordt geregeld door artikel 25 Decreet rechtspositie van de 
minderjarige in de integrale jeugdhulp (DRM). Dit artikel bepaalt dat elke minderjarige recht heeft op respect voor zijn persoonlijke levenssfeer. 

 

Art. 25 DRM
“De minderjarige heeft recht op respect voor zijn persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van:
1į de bescherming van zijn persoonsgegevens, onverminderd de bepalingen van afdeling 7 ;
2į een respectvolle omgang met de eigen politieke, filosofische, ideologische of religieuze overtuiging en seksuele geaardheid ;
3į voorzover de opdracht en de organisatie van de jeugdhulpaanbieder dit toelaten, het recht om bezoek te ontvangen en om te gaan met

personen van zijn eigen keuze bij residentiŽle of semi-residentiŽle jeugdhulpverlening, tenzij een beperking van dat recht voortvloeit uit een rechterlijke beslissing ;
4į het recht op overleg omtrent de verblijfsomstandigheden bij residentiŽle of semi-residentiŽle jeugdhulpverlening.
Behalve indien de beperking van het recht, bedoeld in het voorgaande lid, 3į, voortvloeit uit een rechterlijke beslissing, wordt die beperking uitvoerig gemotiveerd in het dossier van de minderjarige.”


Het recht op privacy uit het DRM is geÔnspireerd op artikel 16 van het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.

Art. 16 IVRK
 “1. Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privťleven, in zijn of haar

gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer en goede naam.
2. Het kind heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.”

 

Artikel 25 DRM bepaalt in de volgende vier onderdelen wat het recht voor de persoonlijke levenssfeer zeker inhoudt:

1.     De bescherming van de persoonsgegevens van de minderjarige

Als uitgangspunt geldt dat minderjarigen, ongeacht hun leeftijd of bekwaamheid, recht hebben op privacy (cf. art. 16 IVRK) ťn op een vertrouwelijke behandeling van hun persoonlijke gegevens. Onder persoonsgegevens wordt alle informatie betreffende een geÔdentificeerd

of identificeerbaar natuurlijk persoon verstaan. Het kan gaan om de naam van een minderjarige, elke informatie betreffende de

jeugdhulpverlening, de gezinscontext, ...

De bescherming van de persoonsgegevens wordt in BelgiŽ bij wet geregeld door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de

persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de zogenaamde privacywet, en de bepalingen omtrent

het beroepsgeheim (artikel 458 van het strafwetboek).

Daarnaast moeten jeugdhulpaanbieders binnen de integrale jeugdhulp uiteraard ook de regeling van art. 22 DRM m.b.t. het dossier volgen.

Men moet ten slotte ook rekening houden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die sinds 25 mei 2018 rechtstreeks toepasbaar is in BelgiŽ. De AVG wijzigde de principes rond gegevensverwerking niet (de verwerking van gegevens werd in BelgiŽ reeds vrij

goed geregeld en beschermd door onze Privacywet). De methodes volgens dewelke gegevens kunnen verwerkt worden, werden wel aangepast wegens technologische ontwikkelingen en globalisering.


Voor minderjarigen is vooral artikel 8 AVG van belang om mee te geven:


Art. 8 AVG:
Voorwaarden voor de toestemming van kinderen met betrekking tot diensten van de informatiemaatschappij
“1.   Wanneer artikel 6, lid 1, punt a), van toepassing is in verband met een rechtstreeks aanbod van diensten van de informatiemaatschappij

aan een kind, is de verwerking van persoonsgegevens van een kind rechtmatig wanneer het kind ten minste 16 jaar is. Wanneer het kind

jonger is dan 16 jaar is zulke verwerking slechts rechtmatig indien en voor zover de toestemming of machtiging tot toestemming in dit

verband wordt verleend door de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt.
De lidstaten kunnen dienaangaande bij wet voorzien in een lagere leeftijd, op voorwaarde dat die leeftijd niet onder 13 jaar ligt.
2.   Met inachtneming van de beschikbare technologie doet de verwerkingsverantwoordelijke redelijke inspanningen om in dergelijke gevallen

te controleren of de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt, toestemming heeft gegeven of machtiging tot toestemming heeft verleend.
3.   Lid 1 laat het algemene overeenkomstenrecht van de lidstaten, zoals de regels inzake de geldigheid, de totstandkoming of de gevolgen van overeenkomsten ten opzichte van kinderen, onverlet.”

 

Concreet:

De bescherming van de persoonsgegevens van de minderjarige houdt oa. in dat al de gegevens die over de minderjarige worden verzameld

in het kader van de jeugdhulpverlening op een vertrouwelijke en veilige manier behandeld worden. De verwerking van persoonsgegevens

moet bovendien proportioneel zijn in het kader van het doel dat men vooropstelde voor de dataverwerking; dwz. dat enkel deze persoonsgegevens mogen verzameld worden die noodzakelijk zijn om dit doel te bereiken, ťn dat men deze gegevens niet langer mag

bewaren dan noozakelijk.

De AVG stelt bovendien dat minderjarigen recht hebben op specifieke bescherming m.b.t. hun persoonsgegevens, aangezien zij

zich allicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen en van hun rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Die specifieke bescherming moet in het bijzonder gelden voor het gebruik van persoonsgegevens van minderjarigen

voor marketingdoeleinden of voor het opstellen van persoonlijkheids- of gebruikersprofielen (zoals bij sociale netwerken) en het verzamelen van persoonsgegevens over minderjarigen bij het gebruik van rechtstreeks aan minderjarigen verstrekte diensten.
Minderjarigen kunnen in principe pas vanaf 16 jaar zelf toestemmen voor de verwerking van gegevens in het kader van een voor hen rechtstreeks aanbod van onlinediensten. Voor jongere minderjarigen is de toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger nodig. 

Lidstaten kunnen deze leeftijd eventueel wel verlagen naar minimum 13 jaar. BelgiŽ is van plan om dit te doen.
Merk op: in de context van preventieve of adviesdiensten die rechtstreeks aan een minderjarige worden aangeboden, is de toestemming

van wettelijke vertegenwoordigers niet vereist.

 

Voor de verwerking van bepaalde gegevens is de toestemming van de betrokkenen bovendien sowieso niet nodig, zoals bv. meestal

het geval is voor het opstellen van een dossier over een minderjarige cliŽnt in de jeugdhulp. Men moet de betrokkenen ook in deze

situaties wel duidelijk informeren over de verwerking van hun gegevens, en over hun rechten op dat vlak. De AVG benadrukt hierbij dat

de informatie en communicatie, wanneer de verwerking specifiek tot een kind is gericht, in een zodanig duidelijke en eenvoudige taal moet

worden gesteld dat het kind deze makkelijk kan begrijpen.

Voor meer informatie over de concrete toepassing van de AVG op de gegevensverwerking binnen een bepaalde dienst of voorziening,

verwijzen we naar de verantwoordelijke koepels. Bovendien kunnen nog niet alle vragen m.b.t. de AVG al concreet beantwoord worden.

Dit is te wijten aan het gezamenlijk overleg tussen alle Europese toezichthouders, de nog lopende werkzaamheden voor de nationale

kaderwet, de organieke hervormingswet hieromtrent en de nog ongekende toepassingen van de wet in de praktijk.

2.     Een respectvolle omgang met de eigen politieke, filosofische, ideologische of religieuze overtuiging en seksuele geaardheid

Het recht op een respectvolle omgang met de eigen politieke, filosofische, ideologische of religieuze overtuiging en seksuele geaardheid

impliceert dat de jeugdhulpverlener geen andere overtuiging aan de minderjarige kan opleggen. De jeugdhulpverlener respecteert m.a.w.

de vrijheid van de minderjarige om zelf zijn politieke, filosofische, ideologische of religieuze overtuiging te kiezen.

 

3.     Het recht om bezoek te ontvangen en om te gaan met personen van zijn eigen keuze bij residentiŽle of semi-residentiŽle jeugdhulpverlening

Minderjarigen voor wie residentiŽle of semi-residentiele hulp georganiseerd wordt, hebben het recht om bezoek te ontvangen en om te gaan met personen naar eigen keuze. Het is immers belangrijk dat minderjarigen die in een (semi-)residentiele voorziening verblijven contacten

onderhouden met de buitenwereld en de kans hebben te communiceren met familie, vrienden, klasgenoten,… via telefonische contacten,

fysieke ontmoetingen, e-mail, brieven, enz. Ook bij de uitoefening van dit recht, moet rekening gehouden worden met  de privacy van de minderjarige. Dit kan bv. inhouden dat de minderjarige kan beschikken over een bezoekruimte in de voorziening, zich kan afzonderen om

te telefoneren, of personen kan ontvangen op zijn kamer,...

Op het recht van de minderjarige om bezoek te ontvangen en om te gaan met personen van zijn eigen keuze worden twee uitzonderingen

voorzien:


1. Voor zover de opdracht en de organisatie van de jeugdhulpaanbieder dit toelaten.
Specifieke omtandigheden, eigen aan een voorziening, kunnen er toe leiden dat het recht om bezoek te ontvangen of om te gaan met

bepaalde personen beperkt wordt. Deze omstandigheden kunnen voortvloeien uit de structuur van de jeugdhulpvoorziening, de

sectorale opdracht of expertise, of bv. uit de personeelsformatie van de voorziening.
Zo kan een (semi)-residentiŽle voorziening bv. gebruik maken van bezoekuren waarbuiten de minderjarige geen bezoek kan ontvangen. Dit moet dan vooraf duidelijk worden gecommuniceerd aan de minderjarige en eventueel worden opgenomen in het huishoudelijk reglement.

 

2. Tenzij een beperking van dat recht voortvloeit uit een rechterlijke beslissing.
Het gebeurt weleens dat de jeugdrechter, een minderjarige die door hem werd geplaatst, een beperking oplegt m.b.t. het bezoekrecht. Jeugdhulpaanbieders moeten hier uiteraard rekening mee houden.

 

4.     Het recht op overleg omtrent de verblijfsomstandigheden bij residentiŽle of semi-residentiŽle jeugdhulpverlening

Dat de minderjarige het recht heeft op inspraak en participatie wordt algemeen erkend in de artikelen 16, 17, 18 en 19 DRM. Dit recht

wordt nog eens expliciet erkend in artikel 25 DRM, meer bepaald in de context van de verblijfomstandigheden bij (semi-)residentiŽle jeugdhulpvoorzieningen. Dit is niet verwonderlijk aangezien een verblijf in een residentiŽle of semi-residentiŽle voorziening vaak sterk

ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige, o.a. ten gevolge van het samenleven in groep.

Het recht op overleg omtrent de verblijfsomstandigheden betreft o.a. de fysieke omgeving (bvb. het inrichten van de eigen slaapkamer),

de dagelijkse leefomstandigheden (bvb. het maken van afspraken omtrent de dagbesteding), enz.

 

Jeugdhulpverleners stellen zich nog een aantal vragen op vlak van de privacy van hun minderjarige cliŽnten in de praktijk. Kunnen we de

kamer van de jongere in onze residentiŽle voorziening betreden zonder zijn toestemming/medeweten?, Schenden we de privacy van onze minderjarige cliŽnten als we het gebruik van GSM’s en internet aan banden leggen?,…

Het antwoord op dergelijke veel gestelde praktijkvragen kan men terugvinden onder de FAQ’s.

 

Jeugdhulpvoorzieningen en jeugdhulpverlener kunnen voor gespecialiseerd advies en voor de meest recente updates m.b.t. de (toepassing van de) regelgeving terecht op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit (voorheen de Privacycommissie).
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be