Sla navigatie over
Vlaanderen.be - uw wegwijzer binnen de Vlaamse overheid
startpagina | contact | sitemapintegrale jeugdhulp  | zoek
 
 

 

 

 

 

 

U bent hier: vlaanderen.be > rechtspositie > grabbelbox

 

Een grabbelbox over participatie? Ja, natuurlijk!

De werkgroep participatie van het IROJ West-Vlaanderen ontwikkelde een ‘grabbelbox’.

Deze bestaat uit 70 kaarten met vragen over de negen kenmerken van een participatieve basishouding.

De vragen doen je stilstaan bij je eigen handelen, je eigen houding en visie als hulpverlener en laten je daarover reflecteren.

In de handleiding bij de grabbelbox (Doc-32KB) vind je meer over voor wie het bedoeld is en hoe te gebruiken.

Gebruik je de grabbelbox in je organisatie? Deel je ervaring of suggesties met de werkgroep participatie via grabbelbox@jongerenwelzijn.be

  1. Authenticiteit
  2. Betrouwbaarheid
  3. Empathie
  4. Gelijkwaardigheid
  5. Onvoorwaardelijkheid
  6. Openheid
  7. Positieve Ingesteldheid
  8. Professionele Nabijheid
  9. Respect

Authenticiteit

De hulpverlener is (opr)echt en is niet bang om in relatie tot de cliŽnt z’n persoonlijkheid te tonen. Tegelijk heeft hij aandacht voor de impact die het eigen gedrag en voorkomen op de cliŽnt kunnen hebben.

Cartoon authenticiteit. Gesprek man vrouw. Vrouw zegt: begrijp je eigenlijk wat ik bedoel? Man antwoordt: ik word betaald om u te begrijpen, mevrouw...

  1. Welk moeilijk moment had je onlangs in het bijzijn van je cliŽnt? (Hoe) heb je dit getoond of verborgen?
  2. Hoe bewaak jij het evenwicht tussen rede en emotie in je handelen? Wat is voor jou het belang hiervan? Op welke manier biedt de organisatie daarin ondersteuning?
  3. Geef een voorbeeld van hoe je omgaat met onmacht, kwaadheid en frustratie in een situatie? Wat is de trigger hiervoor? Bespreek je dit met je cliŽnt? Hoe verwoord je dit?
  4.  Wat doe je wanneer iemand in de omgeving aandringt om in te grijpen?
  5.  Wat zijn jouw ‘trucjes’ om je privťleven van je werk te scheiden? Maak je hier in een verschil tussen collega’s en cliŽnten?

[naar boven]


Betrouwbaarheid

De hulpverlener is discreet in functie van de privacy van de cliŽnt.

Cartoon betrouwbaarheid. Schoonmaakster zegt aan jongeman: nee, de hulpverleners is er vandaag niet maar zeg het maar hoor... ik ben volledig op de hoogte van jouw situatie!

  1. Hoe werk je aan een vertrouwelijke relatie met je cliŽnt? Hoe kan je cliŽnt je betrouwbaarheid opmerken?
  2. Hoe kun je omgaan met een omgeving die verwacht dat je meer van jezelf onthult, alvorens ze je toelaat?
  3. Wanneer en hoe ‘voel’ je of je het vertrouwen schendt/geschonden hebt? Wanneer voel je je ook verplicht om het vertrouwen op te heffen? Hoe bespreek je dat met jouw cliŽnt?
  4. Op welke plaatsen en onder welke omstandigheden ‘bespreek jij cliŽnten’? Is hierbij de goede samenwerking met een collega-hulpverlener of de privacy van je cliŽnt belangrijker?
  5. Hoe ga je om met papieren die vertrouwelijke informatie over cliŽnten bevatten?
  6. Hanteer je het beroepsgeheim als een kompas in je begeleidingen? Wanneer maak je hier uitzonderingen op?

[naar boven]


Empathie

De hulpverlener beschikt over inlevingsvermogen. Hij heeft een luisterend oor en toont begrip als de cliŽnt iets vertelt.

 

Gewonde man vertelt zijn verhaal aan hulpverlener die weent van het lachen. Die antwoordt: "ik weet het wel, het is heel triestig wat je overkomen is, maar je zei het zo grappig."

  1. Wat heb je onlangs nog geleerd van een cliŽnt?
  2. Tijdens een huisbezoek is de geur in het huis niet te harden. Welk effect heeft dat op jou? Zeg je daar iets van?
  3. Hoe emotioneel, fysiek (bv. een knuffel?) betrokken mag je geraken op de cliŽnt en wat doe je als je te betrokken geraakt? Of niet betrokken genoeg?
  4.  Hoe reageren cliŽnten wanneer je eerder een proactieve/controlerende blik dan wel een afwachtende/open blik hanteert? Hoe reageren cliŽnten op je lichaamshouding?

[naar boven]


Gelijkwaardigheid

De hulpverlener is bereid om de cliŽnt in dialoog en volwaardig partnerschap te betrekken.

Hulpverlener geeft lollie aan cliŽnt en zegt: "ooh, voor de eerste keer zonder mama naar hier gekomen? dat verdient een lollie! Dankuwie?" "

  1. Hoe moeilijk is het voor jou om je op gelijke hoogte te stellen van je cliŽnt? Heb je daar tips en trics voor?
  2. Gebruik je soms je ‘macht’ (bijvoorbeeld gezagsargumenten of protocollaire/procedurele argumenten)? Is dat te verantwoorden? Hoe voel je je daarbij?
  3. In welke situatie heeft de cliŽnt volgens jou nood aan iemand die rationeel handelt? In welke situatie heeft de cliŽnt nood aan iemand die emotioneel handelt?
  4. Hoe zoek en bereik je een evenwicht tussen eigen regie en de regie van de cliŽnt? Krijg je daarin ondersteuning vanuit je organisatie?
  5. Hoe verantwoord je je tegenover de cliŽnt wanneer je de regie toch zelf in handen neemt? En welke richtlijnen zijn er vanuit de organisatie om meer of minder regie op te nemen?
  6. Je gaat op huisbezoek in een gezin en wenst de man te spreken. De vrouw is echter de hele tijd aan het woord. Hoe ga je daarmee om?
  7. Hoe vertrek je vanuit de noden en wensen die de cliŽnt voorstelt? Wanneer kan je geen begrip opbrengen voor wat de cliŽnt zegt of doet? Hoe ga je daar mee om?
  8. Hoe bewaar je jouw meerzijdige partijdigheid (tussen cliŽnten en tussen cliŽnt en organisatie)? Wanneer staat die onder druk?
  9.  Hoe bepaal je of de cliŽnt iets al dan niet zelfstandig kan? Hoe pak je dat aan? Hoe ga je om met het evenwicht: wanneer ingrijpen en wanneer niet?  Wat zorgt ervoor dat je overneemt?
  10. Hoe ga je om met derden uit de omgeving die de regie opnemen?
  11. Geef je de regie meer uit handen op huisbezoek in vergelijking met op kantoor?

[naar boven]


Onvoorwaardelijkheid

De hulpverlener staat onvoorwaardelijk achter de cliŽnt.

Cartoon onvoorwaardelijkheid. Hulpverlener zegt: wees maar zeker dat ik me voltijds met jouw geval bezighoud Siska. CliŽnt antwoordt: 't is Bianca. Hulpverlener antwoordt: whatever...

  1. Zijn er situaties waar je noodgedwongen afstand neemt van een cliŽnt? Bespreek je dit met de cliŽnt?
  2. Als je streeft naar een onvoorwaardelijke behandeling, op welk niveau zie je dan uitdagingen en wat vang je er mee aan?
  3. Ga je bewust om met het opleggen van  voorwaarden aan je cliŽnt (bijvoorbeeld om op huisbezoek te gaan)? Welke criteria gebruik je daarvoor?
  4. Hoe reageer je in moeilijke situaties? Wat doe je wanneer er bijvoorbeeld kinderen bij betrokken zijn, bij suÔcidedreiging, kindermishandeling. Reageer je verschillend indien je op huisbezoek bent …?
  5. Er zijn cliŽnten die graag hebben dat de hulpverlener naar hen luistert. CliŽnten ervaren dat als een goed gesprek omdat ze eigenaar blijven van hun verhaal. Stel dat je al een aantal gesprekken hebt gehad, maar dat je het gevoel hebt dat je blijft steken en je cliŽnt niet aan de slag gaat om zaken te veranderen. Hoe zou je dit ervaren? Hoe ga je daar mee om?
  6. Wat doe je wanneer je weggestuurd wordt door iemand uit de omgeving van je cliŽnt?
  7. Je bent op huisbezoek bij een puber. Hij zit op zijn kamer naar luide muziek te luisteren en weigert naar beneden te komen. Hoe ga je daarmee om?
  8. Wat doe je als welzijnswerker wanneer je problemen vermoedt bij cliŽnten? Wat doe je als je problemen detecteert? Wat doe je als anderen je geduid hebben op een probleem?
  9. Hoe ga je om met cliŽnten die pertinent een huisbezoek weigeren?
  10. Welke positie op het spanningsveld ‘afstand versus nabijheid’ neem je in ten aanzien van de omgeving van de cliŽnt? Welke grenzen stel je aan die omgeving?
  11. Ben je iemand die vasthoudt aan de doelstellingen en richtlijnen (hoe vaak, hoe lang je naar een cliŽnt mag gaan) van een  hulpverlening(splan) of kan je dit loslaten?
  12. Je stelt zaken vast die indruisen tegen jouw waarden/normen. Bespreek je dit met je cliŽnt? Hoe begin je hieraan?

[naar boven]


Openheid

De hulpverlener accepteert de cliŽnt in zijn eigenheid, met zijn overtuigingen, normen en waarden. Hij handelt vanuit een open kijk naar andere personen en situaties.

 

cartoon openheid. hulpverlener zegt: ik ben het eens met alles wat je zegt. cliŽnt antwoordt: ik zie nog niks. hulpverlener antwoordt: ah?

  1. Welke zaken vind je het moeilijkst om te bespreken met je cliŽnt? Zijn er zaken die je nooit bespreekt met je cliŽnt en waarom?
  2. Welke zaken die je op huisbezoek ziet, vind je makkelijk/moeilijk of zelfs niet bespreekbaar? Maak je gebruik van de omgeving om dingen bespreekbaar te maken? Hoe doe je dit?
  3. Verwacht jouw organisatie/opdrachtgever dat je expliciet op bepaalde zaken let tijdens een huisbezoek? Doe je dat dan ook?
  4. Welke situaties ga je uit de weg? Zijn er problematieken die je moeilijk kunt bespreken of loslaten?
  5. In welke mate praat je met de cliŽnt over de emoties die jij ervaart door zijn gedrag?
  6. Hoe beÔnvloedt jouw taak/opdracht en de aanwezigheid van derden jouw blik tijdens het huisbezoek?
  7. Zijn er soms zaken over jouw cliŽnt die je niet in het team bespreekt? Wat vind je een goede reden om iets achter te houden? Koppel je soms teambesprekingen over een cliŽnt terug naar die cliŽnt?
  8. Ga je soms de confrontatie aan met je cliŽnt?

[naar boven]


Positieve Ingesteldheid

 

Hulpverlener die net slaag gekregen heeft tegen cliŽnte: okee, je bent misschien wat opvliegend maar je hebt een geweldige rechtse! Waw!

  1. Op welke manier ga jij op zoek naar talenten en kwaliteiten bij je cliŽnt? Benoem je die?
  2. Hoe neem je een cliŽnt mee in het verhaal dat hulpverlening voor hem een meerwaarde kan betekenen?
  3. Ben je onlangs bedot geweest door je cliŽnt? Kon je hierachter betekenis zoeken en hoe ging je daarmee om?
  4. Ben je bewust bezig met je taalgebruik in je begeleiding? En in je registratie? Waar let je op?
  5. Gebruik je humor in je hulpverlening ten aanzien van je cliŽnt? En in je team?
  6. Kies je soms om het behandelplan los te laten en te gaan ‘for something completely different’? Wanneer kies je hiervoor? En hoe vaak?

[naar boven]


Professionele nabijheid

De hulpverlener vertoont een duidelijk, betrokken engagement ten aanzien van de cliŽnt. In functie van de groei van de cliŽnt kan hij tegelijk dichtbij en veraf in de relatie staan.

hulpverlener neemt vrouw bij de hand en zegt: vertel het maar, niet zo gespannen, een kleine massage om te relaxen? Vrouw antwoordt: jamaar, 't is voor mijn zoon!

  1. Wat betekent voor jou ‘buiten de lijntjes kleuren’? Doe je dat soms bij de cliŽnten?
  2. Wat doe je wanneer je eenzaamheid vermoedt bij je cliŽnt? Welke ruimte krijg je hiervoor van de organisatie?
  3. Je cliŽnt barst in tranen uit wanneer je het hulpverleningsproces wilt afsluiten. Wanneer je doorvraagt, zegt hij wel geholpen te zijn, maar dat hij je gewoon zal missen. Hoe ga je daarmee om?
  4. Heb je onlangs een ‘dossier’, een ‘casus’ meegenomen naar huis/bed (figuurlijk)? Waarom? Hoe ging je daar mee om?
  5. Als je je stijl bekijkt, handel je dan eerder aanklampend, laat je snel los of zoek je naar een evenwicht? Hoeveel ruimte geeft de organisatie jou daarin?
  6. Welke gevoelens en gedachten komen bij je op wanneer je zaken uit handen geeft of wanneer je net zaken in handen houdt?
  7. Hoe vul jij de termen ‘efficiŽnt’ en ‘effectief’ in?
  8. Hoe kun je gebruikmaken van de omgeving om meer rede in te brengen en emoties te kaderen.
  9. Wanneer vind je het belangrijk om te sturen? Zijn er specifieke thema’s waarbij je meer sturend bent?
  10. Wat verwacht je van je organisatie aan visievorming over afstand-nabijheid binnen de context van huisbezoek?  
  11. Ben je je ervan bewust dat je misschien verbale/fysieke agressie uitlokt bij cliŽnten? Hoe reageer je daarop? Hoe ga je in herstel na zo een conflict?
  12. Hoe handel je in de volgende situaties:
    1. Je cliŽnt vraagt je om bloemen te kopen voor het graf van haar overleden man.
    2. Je komt een cliŽnt tegen op de avondmarkt en hij wil je trakteren op een pint.
    3. Een cliŽnt vraagt om je vriend te worden op Facebook.
    4. Een cliŽnt geeft je een geschenkje als bedanking.

[naar boven]


Respect

De hulpverlener heeft respect voor het tempo van de cliŽnt.

CliŽnt zegt: ...waar het eigenlijk op neerkomt is dat... Ondertussen is de hulpverlener aan het aftellen: 10,9,8,7,6 en antwoordt hij: time is money baby...

  1. Wat betekent voor jou ‘het tempo van de cliŽnt volgen’?
  2. Zijn er afspraken binnen jouw werking/dienst die het respect voor cliŽnten fnuiken of tenietdoen?
  3. Wanneer overtrad je grenzen van je cliŽnten, je collega’s en je dienst?
  4. Wanneer overtrad je je eigen grenzen? Welke grenzen stelt de omgeving aan jouw relatie met de cliŽnt?
  5. Hoe ervaart je cliŽnt dat je hem respecteert?
  6. Hoe zorg jij ervoor dat cliŽnten tot hun recht komen? En hun rechten krijgen?

[naar boven]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Privacy